Intro:
Zaterdag maakten we dankbaar gebruik van een mooi kerstcadeautje: we kregen mooi weer. Zo zie je maar, cadeaus hoeven niet altijd veel geld te kosten, en ze kunnen nog nuttig zijn ook.
En van de NMBS kregen we er zelfs 2 cadeautjes bovenop: voor 9 Euro heen en terug naar Roeselare, en treinen die op tijd reden! Sommige dagen kan echt alles meezitten.
Jammer genoeg was de wandeling zelf niet echt een succes te noemen. De eerste helft tot Zilverberg was best nog de moeite waard. Maar tijdens de tweede helft was het Sterrebos de enige uitschieter. Drukke bebouwing en industrie hebben de meeste streekeigen trekjes en onverharde wegen weggeveegd en er een saaie boel van gemaakt. Typisch één van die onvermijdelijk mindere stukken in een GR ...
Voor geïnteresseerden in de Vlaamse zaak valt er echter heel wat beladen symboliek te rapen tijdens deze tocht. Misschien moeten we deze etappe - nadat we de vorige op dit traject de Dodentocht noemden - wel de Flamingantentocht noemen.
Heen en terug:
Moorslede Station ligt tussen Moorslede en Passendale. Vroeger was er een treinstation, vandaar de naam. Nu is het een bushalte.
We raakten er in 2 uur 20 min. via liefst 3 treinen en 1 bus. Eerst van Antwerpen naar Gent St-Pieters. Dan richting De Panne en uitstappen in Lichtervelde. Van Lichtervelde naar Kortijk en uitstappen in Roeselare. Daar nog bus 94 naar Ieper. Overal korte overstaptijden, je moet dus geluk hebben dat de treinen op tijd rijden.
Terugkeren lukt vanuit Kachtem Halte waar je bus 60 richting Kortrijk kunt nemen. We stapten uit in Roeselare en spoorden vandaar naar Kortrijk. Dan nog de trein naar Antwerpen op. Deze trip duurt ruim 2 u. 30 min.
Kachtem Halte is niet makkelijk te vinden. In het centrum van Kachtem is er een bushalte, maar die wordt in het weekend niet bediend, tenzij je een belbus reserveert. Kachtem Halte ligt ver buiten het dorp op de Roeselare Straat ergens bij het wegencomplex van de A17, de spoorweg en de verbindingsbaan met het dorp.
De wandeling:
(klik op de foto voor meer foto's op Picasa)
Onze vorige wandeling op het traject GR 128 West dateert al van maart dit jaar, maar we herinneren ons nog heel goed hoe we toen eindigden bij het oud stationnetje van Moorslede: doordrenkt van het onnoemlijke oorlogsleed dat de streek teisterde in de eerste helft van de vorige eeuw.
Eigenaardig genoeg viel er op de etappe die we nu wandelden helemaal niets meer te merken van dat alles. De soldatenkerkhoven en gedenktekens waren volledig afwezig. Dat betekent niet dat we het toenmalige strijdtoneel verlaten hebben, want rond Roeselare liggen ook nog verschillende indrukwekkende militaire kerkhoven. Een gemeente zoals Moorslede werd zelfs volledig platgelegd omwille van zijn iets hogere ligging in het landschap. Maar op de GR route krijgen we met de oorlogssymbolen niet meer te maken.
Vanaf het vertrekpunt volgen we nog een tijdlang de modderige veldweg die vroeger een spoorwegbedding was. De ijs geworden smeltsneeuw maakt deze paden na een vriesnacht een glibberige bedoening en meer dan eens maken we plots acrobatische bewegingen die niet mis zouden staan in avantgardistische choreografiën. Gelukkig liepen we helemaal alleen want het moet een gek zicht geweest zijn.
Na die eerste paar onverharde kilometers komen we op asfalt terecht en zo komen we bij de rand van Moorslede. Het dorp ligt duidelijk op een hoogte in de streek (55 meter!), en dat zal wel de reden geweest zijn dat ook om deze plek zo hard gevochten geweest is.
De GR route loopt niet door het centrum, maar voor een koffie en wat bevoorrading voor onderweg besluiten we toch maar een ommetje te maken tot bij de kerk. We ontdekken daardoor het ruiterstandbeeld van pater Constant Lievens, een tijdgenoot van Albrecht Rodenbach die in dezelfde 'wonderklas' afstudeerde aan het Klein Seminarie te Roeselare.
Lievens vertrok als missionaris naar Indië. Oud werd hij er niet. Hij kreeg TBC en overleed in 1893 op 37-jarige leeftijd. Door zijn buitenlandse bezigheden zal hij weinig of niets meegemaakt hebben van de 'blauwvoeterie' waarmee zijn klasgenoten en leraars ondertussen de vlaamse eigenheid in eigen land op de kaart zetten. Maar Lievens moest niet onderdoen voor hen. In Indië werd hij in korte tijd een echte volksheld door zijn strijd voor de paria's en onderdrukten en tegen het sociale onrecht dat hen aangedaan werd. In 2001 werd het proces voor zijn zaligverklaring ingezet. In tegenstelling tot Damiaan wacht Lievens wel nog altijd op zijn mirakel ...
Terug Moorslede uit worden we getrakteerd op een mooi stukje landelijke wijdsheid. Van op de Moorsleedse hoogte krijgen we verre zichten over de Leiestreek. Je ziet zo de Blauwvoet vliegen ...
Op weg naar Zilverberg passeren we nog de Kasteelhoek met het rustig gelegen Koekuitkasteel uit 1929. 'Koekuit' of 'Koekuut' is hoe ze hier een koekoek noemen. Je moet het maar weten. Voor het huidige kasteeltje stond er hier ook al een, maar dat werd in WO I door de Duitsers als rodekruispost gebruikt en vervolgens in 1917 verwoest. Het is bij één van de bewoners van dat vorige kasteel dat we de band met Constant Lievens terugvinden. De toekomstige pater woonde vlakbij in de Kasteelhoek, en zijn studietalent viel de toenmalige burgemeester van Moorslede (die de kasteelheer was) op. Hij besliste daarom het studiegeld voor Constant te betalen en hem naar het Klein Seminarie in Roeselare te laten gaan ... of hoe een dubbeltje rollen kan.
We komen in het gehucht Zilverberg terecht en bevinden ons daarmee op het grondgebied van Roeselare. Op naar het volgende hoogtepunt van deze wandeling: het Sterrebos en het Kasteel van Rumbeke (ook Kaasterkasteel genoemd). Bossen zijn zeldzaam in deze streek, en daarom is dit precies een geliefkoosde trekpleister voor menige Roeselarenaar. Zelfs op deze koude tweede kerstdag liep er volk rond in het park.
Het bos dankt zijn naam aan het stervormig patroon waarmee in de 18de eeuw 12 lanen aangelegd zijn. Ze gaven vanuit het park een doorkijk op de talrijke kerktorens en windmolens die in die tijd in de wijde omgeving stonden. Het idee van de ster zou geïnspireerd zijn op het Weense Prater.
De echte blikvanger in het park is echter het kasteel. De geschiedenis ervan gaat terug tot in de Middeleeuwen toen de Graven van Vlaanderen de Heerlijkheid Rumbeke al in hun bezit hadden. Sommigen noemen de plek daarom nogal hoogdravend 'De Wieg van Vlaanderen'.Feit is dat het kasteel sinds 1467 doorlopend in het bezit geweest is van slechts 2 families: de Thiennes en de Limbourg Stirum. De eerste de Thiennes, Robert Mulaert, kocht zich de adellijke titel kort voor die datum, huwde met de toenmalige bewoonster van de heerlijkheid, en hield zijn nageslacht zo bijna 400 jaar in het bezit van de plaats. De laatste de Thiennes had geen zonen, alleen 3 dochters. De oudste dochter erfde het kasteel, waarop het door haar huwelijk met een de Limbourg Stirum in het bezit van deze laatste kwam. Deze familie zou het kasteel nog ruim 130 jaar bewonen tot in 1987. Beide families hebben dan ook hun stempel gedrukt op het plaatselijke politieke, sociale en culturele leven. Maar tegelijkertijd bekleedden ze altijd ook belangrijke functies aan de koninklijke hoven, ongeacht welke er op dat ogenblik over ons land heersten. Alleen met het Franse hof hebben ze zich nooit ingelaten, en in die zin is de titel 'De Wieg van Vlaanderen' misschien toch niet helemaal uit de lucht gegrepen.
De laatste adellijke bewoner verkocht het park aan het Westvlaamse Provinciebestuur die het openstelde voor het publiek. Het beschermde kasteel is tegenwoordig in handen van de BAAV, de Beroepsvereniging van Autobus en Autocarondernemers van West-Vlaanderen. Er worden rondleidingen georganiseerd en zalen kunnen gehuurd worden voor allerlei activiteiten.
Na de doortocht van het Sterrebos gaat het naar Rumbeke. De GR route loopt hier door overwegend bebouwd gebied. Toevallig lopen we in Rumbeke voorbij een katholiek gebouwencomplex waar we de naam 'De Groote Stooringhe' aantreffen. Het is de benaming die gegeven werd aan de studentenopstand op 28 juli 1875 in Roeselare, onder leiding van Albrecht Rodenbach. Ze keerden zich voor het eerst openlijk tegen het gebruik van het Frans in het onderwijs in Vlaanderen. Op één of andere manier lijken we op deze wandeling voortdurend op symbolen van Vlaamsgezindheid te moeten stuiten. Hadden Rodenbach en zijn companen toen geweten dat we 135 jaar later nog altijd niet in staat zouden zouden zijn om met Vlamingen en Walen (politiek) harmonieus samen te leven, hij zou zich in zijn graf omdraaien ... uit blijdschap of verdriet, dat laten we in het midden.
Iemand voegde een interessante opmerking toe bij dit 'taal' onderwerp.
De geschiedenis leert ons hoeveel strijd en energie er gedurende vele decennia in de vervlaamsing van ons onderwijs gestoken is. Zelfs vandaag speelt het thema nog altijd een rol, al is het dan enkel nog in de gebieden rond de taalgrens en in Brussel. Denken we maar aan de bevoegdheden rond de inspectie van de franstalige scholen in de faciliteitengemeenten. Maar terwijl de verfransing van ons onderwijs nu bijna volledig een halt toegeroepen is, zijn andere taalkwesties hun opwachting komen maken.
Nu moeten niet langer franstaligen het nederlands aangeleerd worden, maar worden we geconfronteerd met tientallen andere talen van mensen die hier dikwijls buiten hun wil om terechtkomen, en een moeizaam inburgeringsproces moeten doormaken. We ontkomen niet aan de gevolgen van de enorme smeltkroes die onze planeet aan het worden is.
En waar we al die jaren vochten tegen het Frans in Vlaanderen, is ondertussen een nieuwe uitdager zijn opwachting komen maken: het Engels. Als wereldtaal is Shakespeare's klankenpalet nu al zonder noemenswaardige tegenstand onze hogere onderwijsregionen binnengedrongen. Het is maar een kwestie van tijd voor ook de lagere niveau's ermee te maken krijgen.
En waar staan we dan met ons Vlaams als essentiële kennisvoorwaarde voor iedereen die in dit landsregiootje wil wonen? Wordt het niet stilaan tijd dat we wat minder nadruk gaan leggen op de taal als 'identiteitskenmerk' bij uitstek van onze Vlaamse eigenheid?
De wandeling loopt op zijn einde. We kruisen de spoorweg Kortrijk - Brugge, lopen door een uitgestrekt en letterlijk stinkend industrieterrein (Shanks Waste Solutions), volgen nog even het kanaal Roeselare - Leie, en komen terecht in Kachtem, een deelgemeente van Izegem. Rodenbach is niet echt ons bier, maar een Westmalle is toch ook Vlaams ...
| < Vorige | Volgende > |
|---|




