Intro:
Eindelijk is het er nog eens van gekomen. Na ruim een maand inactiviteit zijn we weer gaan wandelen!
We kozen een ijzig maar droog dagje uit en trokken naar de streek rond Sint-Truiden om in alle rust van het winterse uitzicht van de Grote en Kleine Gete beemden te genieten. Maar we trokken ook door het pittoreske Zoutleeuw en ontdekten wat verder een herboren meer dat sinds midden 19de eeuw verdwenen was.
U raadt het al, we hebben ervan genoten! Het enige puntje van kritiek is het gebrek aan onverharde paden in deze wandeletappe, maar dat zal wel te maken hebben met het succes van het fietstoerisme in deze streken. Alhoewel ... op een ijzige weekdag laten die fietsers zich niet zien waardoor we op al die verharde fietspaden tenminste niet van onze sokken gereden werden.
Heen en terug:
We bereikten Drieslinter vanuit Antwerpen via treinrit naar Diest (richting Luik) en vandaar bus 22 naar Tienen. Reken 1 uur 45 min. reistijd.
Door het centrum van Nieuwerkerken passeren verschillende bussen richting Sint-Truiden station. De rit duurt ongeveer 15 min.
De wandeling:
Bij het uitwandelen van Drieslinter passeren we café De Smid. Vroeger was dit een stationsgebouw want hier liep een spoorlijn langs (ondertussen omgebouwd tot fietspad). Het café opent om 10 u. 's morgens, ideaal voor een koffie. De topogids vermeldt dat ze een GR logboek hebben. We vragen ernaar, en inderdaad, er wordt een deftig uitziend boek bovengehaald waarin we onze doortocht op de GR 128 voor het nageslacht kunnen optekenen. De vorige notitie dateerde van slechts enkele dagen geleden, maar daarvoor was het al meteen van begin november 2009 geleden dat nog iemand de moeite nam om het boek in te vullen. Hopelijk passeren er toch meer wandelaars op dit gedeelte van de GR 128 want de streek is meer dan de moeite waard ...
Klip op de foto voor meer foto's op Picasa
Wat verder volgt de GR route effectief de oude spoorlijn. Het moet gezegd, de sporen zijn vervangen door een mooi effen betonnen fietspad. We lopen helemaal alleen en kunnen volop genieten van het mooie beemdenlandschap rond de Grote Gete en de 's Hertogengracht. Op warmere dagen en in de weekends zal het wel moeilijker zijn om hier als wandelaar te passeren. Na anderhalve kilometer verlaten we het fietspad en mogen we eindelijk op een stukje onverhard pad lopen, maar lang duurt het niet. Het landschap blijft erg vlak en oogt ook erg wijds wat voor ons een verrassing was. We hadden het ons allemaal wat heuvelachtiger en intiemer voorgesteld, maar dat reliëf zullen we pas vanaf de volgende wandeletappe tegenkomen. Er is ook relatief weinig bebouwing onderweg. Al bij al een streek die de moeite waard is om door te stappen.
We passeren Helen-Bos en steken iets verder de Kleine Gete over. Het gaat nu richting Zoutleeuw waarvan de imposante kerk al van ver te zien is. Ook hier lopen we terug door een mooi beemdenlandschap. Net voor Zoutleeuw passeren we het begin van de GR variant die door het centrum van Sint-Truiden loopt. We opteren voor de 'echte' GR 128 en staan even later in het centrum van het gezellige Zoutleeuw. Het marktplein met zijn grillige Sint-Leonarduskerk, het stadhuis en de Lakenhalle zijn beslist de moeite waard om er eens wat uitgebreider halt te houden. En waar de Kleine Gete door het dorp passeert is het zicht minstens pittoresk te noemen. Alles wijst hier op een groots en rijk verleden, maar de tijden veranderen, en vandaag is Zoutleeuw gewoon een gezellig groot dorp.
Eenmaal buiten Zoutleeuw volgen we meer dan 1 km. een rustig pad langs de Vloedgracht, steken dan terug de Kleine Gete over en komen nog een kilometer verder bij de ingang van het Provinciaal Domein Het Vinne.
Onze topogids dateert uit 2000 en illustreert daardoor perfect hoe we tegenwoordig in staat zijn om op korte tijd ingrijpend landschappen en natuur compleet te veranderen. In dit geval gaat het zelfs om een positieve en erg geslaagde ingreep.
De topogids vermeldt dat zich hier tot het midden van de 19de eeuw een natuurlijk meer bevond (zelfs het enige natuurlijk meer in Vlaanderen). Toen werd het drooggelegd en de vrijgekomen gronden dienden voor de landbouw. Uit die tijd dateert ook de hoeve die nu als inkomcomplex dienst doet. In 1933 kocht de 'Union Allumetière' de gronden en plantte er populieren voor de luciferproductie. Vanaf 1974 wordt het gebied als natuurreservaat en recreatiedomein beheerd.
In lijn met de geschreven uitleg staat het domein op het kaartje in de topogids aangeduid als bosgebied en zal de GR route ons via brede rechtlijnige paden naar de andere kant van het bos leiden.
Maar als we het domein inlopen zien we tot onze verbazing geen bos, maar een uitgestrekt ondiep meer met heel veel rietkragen. Blijkt dat men rond 2000 het plan opgevat heeft om het oorspronkelijke meer te herinrichten en dat men die plannen in 2004 - 2005 ook effectief uitgevoerd heeft. Tegelijkertijd werden nieuwe paden aangelegd en hield men erg democratisch rekening met de noden van zowel recreanten als omliggende bewoners. We vinden dat het resultaat prachtig oogt en bepaald indrukwekkend mag genoemd worden. Met relatief weinig middelen heeft men hier een kostbare natuurparel weten te herstellen. Vlaanderen mag weer trots zijn op zijn enige natuurlijke meer.
Bij het uitlopen van het domein passeren we een uitkijktoren. In de hoop het gebied vanuit de hoogte te kunnen bekijken beklimmen we het bouwsel, maar het meer zelf blijft onzichtbaar. De omringende bomen zijn ook met hun tijd meegegaan en verhinderen nu het uitzicht in die richting.
Na deze aangename verrassing verlaten we Vlaams-Brabant en lopen Limburg in. Het eerste plaatsje dat we tegenkomen is het gehucht Runkelen dat al meteen bij het enkele kilometers verder gelegen (maar onzichtbare) Sint-Truiden hoort. Ook hier worden we gewezen op de inspanningen die geleverd worden om waardevolle stukjes natuur te herstellen en te vrijwaren. De Runkelse Heide is niet groot, maar is ook weer een waardevolle aanwinst op de GR 128 route.
Het volgende gehucht is Binderveld en daarmee zijn we beland op het grondgebied van Nieuwerkerken, eindpunt van deze wandeletappe. Een watermolen op de Melsterbeek en het oude waterkasteel zijn hier de bezienswaardigheden.
Ondertussen bemerken we overal meer en meer boomgaarden. Het is duidelijk dat we de fruitstreek binnengestapt zijn. We missen de sprookjesachtige bloesems waarvoor het nog een drietal maanden te vroeg is. Maar ook in deze winterperiode is er werk in de boomgaarden. Momenteel wordt er volop gesnoeid. De bloesempracht komt er immers niet zomaar. Voor die paar weken betoverende schoonheid moet er wel het jaar rond heel wat werk gedaan worden.
| < Vorige | Volgende > |
|---|




