Intro:
De streek beneden Tienen - met Hoegaarden als centrum - is meer dan de moeite waard om door te wandelen. Het is een open en wijds landbouwgebied, en je mag twee keer raden wat hier de hoofdteelt is ... suikerbieten ! Niet te verwonderen, want de Tiense Suikerrafinaderij ligt vlakbij.
Maar er wordt hier niet alleen aan landbouw gedaan. Hoegaarden is voor de Belgische reputatie in het buitenland bijna even belangrijk als chocolade en kant. Vraag een buitenlander naar Van Rompuy en hij zal je met niet-begrijpende ogen aankijken. Maar vertel hem dat het iemand is uit het land van de 'White of Hoegaarden', dan wordt er plots begrijpend geknikt. Niet dat ze daarmee ineens weten wie de man is, maar de associatie met het fris troebel biertje in het stevige glas geeft tenminste meteen een positieve indruk. Veel positiever dan een onbegrijpelijke uiteenzetting over allerlei politieke verwezenlijkingen die de man altijd handig voor zich uit weet te schuiven.
Heen en terug:
We spoorden naar Leuven en namen daar bus 6 naar Neervelp. Net voor je bij de dorpskern aankomt is er een halte waar je onmiddellijk je wandelpad kunt opstappen.
Vanuit Opheylissem kun je bus 339 (TEC) nemen naar het treinstation in Tienen.
De wandeling:
Donderdag 19/11/2009 stappen we bij Neervelp vanop de bus meteen het GR 128 parcours op. Nog geen 500 m. verder staan we al midden de velden en gaat het over een onverharde veldweg richting Honsem. Grote akkers, wijds en open, licht glooiend, dat zijn de kenmerken die de streek karakteriseren. Tegelijk wordt het ook vlug duidelijk dat de topogids geen overbodige luxe is tijdens deze wandeling. De tekens terplaatse zijn af en toe niet overal even duidelijk, en soms is het midden in de velden al helemaal onmogelijk om ergens GR tekens aan te brengen.
Klik op de foto voor meer foto's op Picasa
Honsem (grondgebied Boutersem) is niet meer dan een gehucht rond enkele grote boerderijen. Typisch in de streek is het gesloten karakter van de erven, en velen hebben een torenachtige inrijpoort met daarachter een binnenkoer. Door de schaalvergroting in de landbouw komen de laatste decennia steeds meer van die boerderijen leeg te staan. Ze worden gretig opgekocht en gerestaureerd tot luxueuze privéwoningen. Je ziet er zo heel wat in de streek.
Vanaf Honsem lopen we een voor deze streek uniek stukje natuur in. De valleitjes van de Jordaanbeek en de Molenbeek vormen een drassig intermezzo van verschillende kilometers lang. Wilgenstruwelen, graasweiden, hooilanden, rietpartijen, ... het is ineens een totaal andere wereld. Het wandelpad past volkomen bij de omgeving: drassig en op verschillende plaatsen dan ook erg modderig en glibberig. Op het stuk langs de Molenbeek is net een werkman bezig om het pad te effenen, daardoor is het hier (voorlopig weer) wat beter begaanbaar. We zijn er niet rouwig om, want door de modder gaat het bijlange zo goed niet vooruit. Het is meer glijden dan stappen.
We staan al helemaal in Hoksem (grondgebied Hoegaarden) als we de beekvallei verlaten. De stoere Sint-Janskerk heeft boven op de toren zowel een haan als een hen staan, iets wat we nog nergens anders gezien hebben. Waarom? Misschien een zeldzame vlaag van emancipatie binnen de katholieke kerk?
Halverwege op het stuk naar Hoegaarden passeren we 2 indrukwekkende kapellen. De Marollenkapel ligt helemaal alleen midden de velden met mooie uitzichten rondom. Ze werd in 1832 gebouwd als een miniatuur replica van de basiliek van Scherpenheuvel. In 1970 werd het gebouw verkocht aan een privé eigenaar waarna ze in 1992 in handen kwam van de Vlaamse Landmaatschappij. Die restaureerden de kapel grondig, maar wat met het interieur gebeurde, daar hebben we het raden naar. Alles is weg, zelfs de vloeren ontbreken. Binnen is het één ruïne.
Wat verder staan we bij de Sint-Katharina kapel in het gehucht Sint-Katrien-Houtem. Dit was vroeger een bedevaartsoord. De Heilige Katharina van Alexandrië was in de Middeleeuwen één van de meest vereerde heiligen in onze contreien. Haar eredienst werd wellicht door de kruisvaarders bij ons geïntroduceerd. Ze werd hier aanbeden voor bescherming tegen het Katrienewiel, of het Rad van Sint-Katherina, een huidziekte die zowel mensen als dieren kon treffen.
Na nog een mooi stukje door de velden komen we aan in Hoegaarden.
De intocht kan niet typischer zijn. We komen via een onverharde holle weg ineens tussen de gebouwen van de brouwerij te staan. Ergens in deze industrieel uitziende steeg is een naambord 'White Avenue' aangebracht. We komen onmiddellijk in de sfeer en verheugen ons al op een ruime keuze aan stopplaatsen waar we de bekende Witte van Hoegaarden kunnen degusteren. Maar dat is buiten de waard gerekend. De route loopt niet echt het centrum in, en waar de Tiensestraat moet overgestoken worden valt enkel een gesloten Hoegaardier te bespeuren. We besluiten dan maar helemaal tot in het centrum te stappen om toch iets van de Hoegaardense sfeer te kunnen opsnuiven.
Hoegaarden staat synoniem voor bier. Eigenlijk is dat al heel lang zo. In de 19de eeuw waren hier maar liefst 38 brouwerijen gevestigd. Tegen 1960 schoten er nog twee over ... Eentje werd toen overgenomen door een ambitieuze jongeman, Pierre Celis. Hij maakte het troebele witbier een succes en verkocht het later aan het Interbrew concern, nu Inbev. Hoegaarden werd een wereldhit. Maar traditie en herkomst spelen geen rol meer in de financiële ivoren torens van multinationals, zodat omwille van efficientie en winstmaximalisatie beslist werd de productie van het witbier over te hevelen naar Jupille. De Hoegaardenaren stonden erbij en keken ernaar. Ze hadden al beslist zich gelaten neer te leggen bij het 'grote onrecht' en opnieuw in te sluimeren tot een onopvallend Vlaams-Brabants landbouwdorp. Maar alle financiële en wetenschappelijke berekeningen ten spijt, moest Inbev uiteindelijk toegeven dat het niet lukte om een authentieke Witte te brouwen buiten Hoegaarden. Eigenaardig toch? Inbev heeft er anders geen enkel probleem mee om de smaak van haar bieren te manipuleren in functie van internationale voorkeuren en verkoopcijfers ... Alcoholgehaltes worden verlaagd, smaken worden zoeter of flauwer. Een Leffe bvb. is niet meer te drinken omwille van de suikersmaak ...
Het zal de Hoegaardiers in alle geval worst wezen. Zij zijn voorlopig weer een tijdje gerust want de productie van de Witte blijft in Hoegaarden.
Op een doordeweekse novemberdag is het in Hoegaarden geen sinecure om een geopend café te vinden. We wandelen helemaal tot op de Houtmarkt vooraleer we vinden wat we zoeken. Meteen staan we op de mooiste plaats van Hoegaarden. Ze zijn zelfs druk bezig het nog mooier te maken. Enkele gebouwen in de witte Gobertangesteen worden gerestaureerd. De plaats, met zijn kiosk, de indrukwekkende Sint-Gorgoniuskerk, het Kapittelhuis en de Arendsnesthoeve, toont hoe welvarend en belangrijk Hoegaarden moet geweest zijn. Maar ook bij het terugwandelen naar de GR route zien we op verschillende plaatsen mooie gerestaureerde gebouwen en hoekjes. Het is alleszins de moeite om hier wat langer rond te hangen.
Het volgende gedeelte van de wandeling is een tegenvaller. We steken de Grote Gete over, passeren langs de Vlooienkapel en belanden zo bij het op- en afrittencomplex van de E40 tussen Hoegaarden en Tienen. Door de aanleg van de HST lijn is alles hier grondig vernieuwd de laatste jaren. Het traject volgt nu ruim een kilometer een betonnen landbouwweg langs de E40 om die dan wat verder over te steken. Het is allesbehalve leuk wandelen met al dat lawaai naast je, maar in deze streek ontkom je nu eenmaal niet aan deze allesoverheersende verkeersader.
Na de brug gaat het door de velden naar Goetsenhoven (deelgemeente Tienen). De kerktoren met zijn rond zijtorentje (traptoren?) is al van ver zichtbaar. Kwam het door de richting van de wind? Het autostradelawaai raakte zelfs tot voorbij deze gemeente niet uit de lucht. Stilte kennen ze hier niet meer. Maar misschien went dat wel?
De route passeert langs het kasteel van de 'Heren van Goetsenhoven'. De geschiedenis ervan gaat terug tot de 13de eeuw met de middeleeuwse donjon als beginpunt. In de 16de eeuw kwam het gebouw lange tijd in handen van de familie de Merode. Nog tot het einde van de 19de eeuw werd het complex talrijke keren verbouwd en uitgebreid om dan via schenking begin 20ste eeuw terecht te komen bij de Grauwzusters van Tienen. Zij maakten er een rusthuis van, en zo te zien is dat geen slechte business.
Het laatste gedeelte van de wandeling loopt even de taalgrens over naar het Waalse Hélécine. Ook hier weer valt de uitgestrekte openheid van het landschap op. De taalgrens zelf zijn we niet tegengekomen, maar enkele jagers zegden vriendelijk 'bonjour', en dat klonk Frans. De naam Hélécine is overigens betrekkelijk nieuw. Hij kwam pas in voege na de gemeentefusies van 1972. Beter en al veel langer bekend zijn de namen Opheylissem en Neerheylissem.
Dit ommetje langs Wallonië heeft enkel de bedoeling een verbinding te realiseren tussen de GR 128 en de GR 579 (Brussel - Luik). Voor het overige blijft de GR 128 tot bij Maastricht volledig op Vlaams grondgebied.
We hebben er ondertussen een goeie 20 km. op zitten. We hadden al uitgevist dat we van hier uit met een TEC-bus naar in Tienen konden raken.
| < Vorige | Volgende > |
|---|




