Lumaj wandelt

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home GR routes GR 12 Topogids Brussel - Rocroi Pont du Canal (les Culots) - Anderlues (21,3 km)

Pont du Canal (les Culots) - Anderlues (21,3 km)

E-mailadres Afdrukken

Intro:

De langverwachte nieuwe editie van de topogids die het Belgisch-Waals gedeelte van de GR 12 beschrijft is verschenen!
Na al een paar keer ondervonden te hebben hoezeer de oude uitgave in de loop der jaren gewijzigd werd, waren we er als de kippen bij om ons die nieuwe editie (wel Franstalig) aan te schaffen.
Zaterdag 12/12/2009 hebben we het boekje meteen uitgetest op het traject tussen Godarville en Anderlues, precies één van die stukken waar de route grondig verlegd werd. En het klopt nu! We zijn de tocht zonder problemen doorgekomen.
Hoe dit GR traject inhoudelijk meevalt of tegenvalt, daarvoor moet je naar de beschrijving van de wandeling zelf ...

Heen en terug:

Om bij de brug over het kanaal Charleroi - Brussel te komen (kilometerpunt 30 in de oude topogids, nr. 33 in de nieuwe) namen we de trein naar Godarville. Voor ons betekent dat in Antwerpen de trein nemen naar Charleroi. Anderhalf uur later stap je uit in Luttre waar je dan 15 min. later de stoptrein naar La Louvière neemt. Nog 10 min. later sta je in Godarville.
Met het kaartje in de topogids is het dan nog 1,5 km. stappen tot bij de brug waar deze wandeletappe start.

We eindigden bij kilometerpunt 40 (kruispunt met de N59). Vandaar is het nog een paar honderd meter stappen langs de N59 tot het kruispunt met de ronkende naam Au Roi des Belges. Op zaterdag kun je daar om het uur bus 91 opstappen richting Montigny-le-Tilleul. Let op, bij de eerstvolgende halte moet je al afstappen (je hebt amper tijd om te betalen, neem meteen een ticket tot Charleroi-Sud treinstation). Daar stap je over op tram 89 die eveneens om het uur passeert.
Als je trams gewoon bent als stedelijk vervoermiddel, dan is deze een belevenis. Het gaat regelmatig door open gebieden en over een verhoogd aangelegde trambedding. Op ongeveer een halfuur sta je aan het treinstation Charleroi-Sud. Daar neem je een trein die je zonder verdere overstappen via Brussel tot in Antwerpen brengt.

De wandeling:

Als je het op een kaart bekijkt dan voert deze etappe je kronkelend door een gebied dat precies tussen La Louvière en Charleroi ligt.
Bij ons roept dat meteen een beeld op van steenkoolindustrie, verval, mijnterrils en een allesbehalve aantrekkelijke wandelstreek. Dat beeld klopt gedeeltelijk, alhoewel je tijdens de eerste helft van de wandeling weinig tegenkomt dat wijst op de steenkoolontginning. Maar het verval van de vroegere industriële glorietijd (glorie is misschien niet zo'n goedgekozen term) valt alleszins wel op.


Het minste wat we kunnen zeggen is dat het een verrassende ontdekkingstocht geworden is door een ons totaal onbekende wereld.
Enerzijds wandel je door stukjes natuur die zich wonderwel weten te handhaven tussen al dat industrieel geweld, anderzijds kom je langs en door dorpen die nog onmiskenbaar doordrenkt zijn van de sfeer van destijds toen het zwarte goud hier alles voor het zeggen had. Een streek die nog altijd zoekt hoe zich te herstellen van de harde klappen die ze tientallen jaren geleden kreeg. Vooral rond de mijncité's valt op een bepaald moment de uitzichtloosheid hard op onder de vorm van hopen rondslingerend afval. Geen wonder dat tradities zoals carnaval hier nog diep geworteld zitten. Ze zijn de strohalmpjes zekerheid waaraan men zich nog kan vastklampen.

De GR 12 passeert dicht bij het domein van Mariemont. Het is een plaats die ons als Vlamingen weinig zegt, maar wat graven in de geschiedenis leert ons hoe belangrijk ze altijd geweest is.

Mariemont betekent letterlijk 'Heuvel van Maria'. De dame in kwestie is Maria van Hongarije die hier in de 16de eeuw een jachtpaviljoen liet bouwen. Ze werd door haar broer, keizer Karel V, aangesteld als landvoogdes van de Nederlanden. In die hoedanigheid verbleef ze meestal in Binche dat slechts 10 km. van deze plaats verwijderd is.
Sindsdien kenden het domein en het kasteel een bewogen geschiedenis. Bij een grensconflict met de Franse koning werd het al vlug verwoest, om kort daarna terug opgebouwd te worden door de aartshertogen Albrecht en Isabella. Zij waren de opvolgers van Maria van Hongarije, maar dan aangesteld door Karel's zoon Philips II. In de 18de eeuw kwam het domein dan in handen van Karel Van Lorreinen, toen landvoogd van de Oostenrijkse Nederlanden. Hij liet meteen alles opnieuw bouwen en aanleggen, maar dan nog grootser en mooier. De man was gek op feesten en vond daar hier de ideale plek voor. Maar ook dat mooie liedje bleef niet duren, want met de Franse Revolutie werd alles grondig verwoest. Alleen ruïnes bleven over.

En zo komen we bij het begin van de 19de eeuw. Het domein werd gekocht door de Warocqué's, een Waalse familie van rijke industriëlen. Ze speelden een belangrijke rol in de streek. Zo drukten ze hun stempel op de economie en het socio-culturele leven, en leverden ze gedurende meer dan een eeuw de opeenvolgende burgemeesters van Morlanwelz, de gemeente waar het domein zich bevindt.
Ze lieten de ruïnes voor wat ze waren, en bouwden op een andere plaats in het domein een nieuw kasteel. De ruïnes werden geïntegreerd in een park dat uiteindelijk in de romantische Engelse stijl aangelegd werd. Hoe belangrijk de Warocqué's wel waren wordt geïllustreerd door het feit dat de drie eerste Belgische koningen allemaal in het kasteel verbleven hebben.
De laatste Warocqué (Raoul) was een echte weldoener en spendeerde een belangrijk deel van het familiefortuin aan allerlei projecten die de streek ten goede kwamen. Hij liet scholen en bibliotheken bouwen, steunde sociale initiatieven en deed heel wat om de noden van de bevolking tijdens WO I zoveel mogelijk te lenigen. Daarnaast was hij een verwoed kunstliefhebber. Hij verzamelde collecties antieke kunst (Grieks, Oosters, Egyptisch, ...) die vandaag van onschatbare waarde zijn. Op een bepaald moment moest hij zelfs zijn kasteel uitbreiden omdat er geen plaats genoeg meer was.
De man overleed zonder erfgenamen op 47-jarige leeftijd en liet al zijn bezittingen over aan de Belgische staat. Het domein kreeg vanaf 1922 de status van Musée de Mariemont. In 1960 verwoeste een zware brand de gebouwen, maar de waardevolle collecties konden bijna volledig gered worden. Men besliste toen het kasteel zelf niet terug op te bouwen, maar het te vervangen door moderne en beter aangepaste tentoonstellingsruimtes.
We houden er een onvolprezen voorbeeld aan over van de grootsheid die deze streek ooit kenmerkte.

Als Mariemont voor de meeste Vlamingen een nobele onbekende is, dan stuitten we in Morlanwelz onverwacht op een veel bekender fenomeen: de 'gilles'.

We associeren de clowneske figuren met hun hoge struisvogelverenhoeden met Binche (waar ze in 2003 door Unesco erkend werden als cultureel werelderfgoed). Ze blijken echter niet alleen met Binche verbonden te zijn. Ook in plaatsen zoals Morlanwelz zijn ze al eeuwen onderdeel van de carnavalsvieringen.


We liepen ze tegen het (geportretteerde) lijf toen we toevallig café Le Combattant tegenover de kerk binnenstapten. Er hingen prachtige carnavalsaffiches op uit de jaren 1910 - 1930. Toen de patron onze interesse merkte liet hij zijn leesboek voor wat het was en troonde ons mee naar een zijlokaaltje om fier zijn mooiste affiche te tonen. Ook vandaag is het café nog altijd het stamlokaal van een groep gilles, Les Règuènères de Morlanwelz. In 2010 vieren ze hun 50-jarig bestaan als vereniging. De man rekent dat er 's morgens zo'n 100 gilles zullen opstappen in de stoet. Op dat moment zijn ze gemaskerd en dragen ze niet de beroemde opvallende hoed. Pas in de namiddag nadat ze de maskers afgelegd hebben, zetten ze de hoeden op en komen ze terug buiten om overal sinaasappelen uit te delen.
Niet iedere gille is in het bezit van een hoed. Die dingen zijn duur, moeilijk te onderhouden, en wegen zwaar (ongeveer 3 kg). De patron denkt dat ze er in 2010 ongeveer 40 de straat zullen kunnen opsturen. Kandidaten zijn er genoeg. Het is een eer om gille te zijn, en sommigen doen het al verschillende tientallen jaren na mekaar.
De carnavalviering in Morlanwelz is bekend als de Feureu. De naam heeft te maken met een soort vreugdevuur dat de apotheose is van het carnaval. De symboliek ervan zou teruggaan op een oud gebruik waarbij brandende strotoortsen in de takken van fruitbomen gegooid werden om het ongedierte te verdelgen.

En tenslotte ontkom je op deze wandeling niet aan het meest opvallende fenomeen van de streek: de mijnterrils.

Ze zijn de stille getuigen van de steenkoolindustrie die alles hier overheerste. De mijnen zijn al lang gesloten, niet uit milieu overwegingen want dat was iets waar men toen niet bij stil stond. De ontginning was gewoon niet rendabel meer. De 'mijn'heren hadden het geld dat met het zwarte goud verdiend was al lang in andere activiteiten geïnvesteerd, en het aan de staat overgelaten om de altijd maar meer verlieslatende mijnen te subsidiëren. Uiteindelijk moest zelfs de staat beslissen dat het niet langer verantwoord was om verder geld in die bodemloze putten te investeren.


De mijnterrils zijn de meest opvallende getuigen. Er is zelfs een volledige GR route aan gewijd, de GR 412 die zich over een afstand van 280 km. van Bernissart tot Blegny langs de Waalse terrils slingert. Kort voor het eindpunt van deze wandeletappe kruisen we deze route.
Maar de terrils zijn niet de enige getuigen. Oude bruggen, tunneltjes, half verdwenen treinsporen, oude bakstenen industriële gebouwen, ... ze verwijzen allemaal nog naar de drukke activiteiten die hier tot een halve eeuw geleden het uitzicht bepaalden.

Eens benieuwd hoe het landschap op de volgende etappe zal evolueren.

 

Voeg uw reactie toe

Uw naam:
Uw e-mailadres:
Uw website:
Reactie:


Lumajeetje

60's: naakte jongedame maakt een V-teken en zegt gratis en voor niets: 'All you need is love'.

Nu: naakte dame van middelbare leeftijd houdt een witte flacon omhoog en laat zich betalen om te zeggen: 'All you need is Dove'. Gesponsord door ...