Intro
De laatste weken duwen zowel het onstandvastige weer als drukke bezigheden onze wandelhobby naar de achtergrond. Zaterdag 25/7/2009 kwam het er dan toch nog eens van. We reisden naar Arquennes om er een vervolg te breien aan de GR 12.
Heen en terug:
Naar Arquennes reis je vanuit Antwerpen in 2 uren.
We namen de trein om 8.38 u. naar Charleroi en stapten om 9.57 u. uit in Nijvel (Nivelles). Het was de bedoeling daar om 10.16 u. bus 72 te nemen naar Manage, maar dat ging niet door omdat we op de verkeerde plaats op de bus stonden te wachten. Bus 72 heeft een halteplaats aan de kant van het stationsgebouw en daar hadden we vol vertrouwen post gevat. Plots zagen we echter een bus 72 wegrijden aan de overkant van de spoorweg … Bleek dat onze halteplaats enkel op weekdagen gebruikt werd, en dat in het weekend diezelfde bus een halteplaats heeft aan de overkant van de spoorweg. Duidelijk is anders, tenzij je nauwgezet alle rit-tabellen ter plaatse controleert.
Uiteindelijk namen we dan op de juiste plaats de bus om 11.16 u. en stonden we om 11.38 u. in Arquennes.
We reisden terug vanuit Godarville. Er is daar een NMBS stationnetje van waaruit je een L-trein richting Charleroi kunt nemen. Nog geen 10 min. later stap je in Luttre over op de trein naar Antwerpen. Reistijd ongeveer 2 uren.
De wandeling:
De wandeling was een tegenvaller.
Afgezien van de regenbuien onderweg moesten we net als tijdens de vorige wandeletappes op dit Waalse GR 12 gedeelte vaststellen dat de oorspronkelijke route grondig gewijzigd is. Vanaf kilometerpunt 30 in de topogids liepen de witrode tekens weer eens compleet de andere richting uit. Eerder dan zonder degelijk houvast verder te wandelen en niet te weten waar we uiteindelijk zouden kunnen uitkomen, hebben we dan maar beslist onze wandeling daar te beëindigen. We zijn nog doorgelopen tot in Godarville (volgend kilometerpunt op de oorspronkelijke route) omdat daar een spoorwegstation is.
Omdat de vorige routewijzigingen niet gedocumenteerd waren op de Waalse GR website hadden we deze voor ons vertrek niet meer geconsulteerd. Jammer, want bij thuiskomst bleek dat de routewijzigingen vanaf kilometerpunt 30 wel op de website aangegeven zijn. Volgende keer zullen we die dus maar netjes afdrukken en meenemen. Godarville maakt alleszins geen deel meer uit van de route, en ook verder lijkt het traject grondig veranderd te zijn. Maar goed dat we niet doorgelopen zijn want we zouden toch maar compleet in de war geraakt zijn.
Daarmee is deze wandeling beperkt gebleven tot 11,1 km. terwijl we er eigenlijk goed 22 hadden willen lopen.
Die 11 km. waren bovendien niet de boeiendste uit onze wandelloopbaan. Op een paar kilometer na wordt steeds het oude kanaal Brussel – Charleroi gevolgd. Op zich is een stuk kanaalpad geen onaangename wandelomgeving, maar 10 km. niets anders dan dat is toch wat van het goede teveel. Temeer daar onze vorige wandeletappe ook al enkele kilometers langs dit kanaal liep.
Vanaf Arquennes gaat het zo nog 6 km. tot in Seneffe. We starten met een fiks regenbuitje en volgen de oever met het onverharde jaagpad. Voordeel is dat we niet voortdurend gehinderd worden door fietsers die het verharde pad aan de overkant gebruiken. En fietsers waren er genoeg … we hebben ze niet geteld, maar het moeten er minstens een paar duizend geweest zijn. In Seneffe bleek dat juist die dag de ‘Beauvélo du Ravel’ georganiseerd werd! Als massa-evenement kan dit tellen. Zo zagen we bij Seneffe zelf honderden fietsers nog trager dan stapvoets aanschuiven om in de massa vooruit te komen.
De vele vissers die normaal langs dit niet meer gebruikte kanaal de rust komen opzoeken hadden zich wijselijk aan onze kant van de oever geïnstalleerd. Daardoor moesten we meerdere keren bijna over de tenten klauteren die dwars over het wandelpad opgezet waren. En waar geen tenten stonden was het pad dikwijls overgroeid met netels, distels en braamstruiken die tot borsthoogte reikten. Geen wegje om in korte broek te stappen …, maar anderzijds ook geen weer voor een lange broek want door de kletsnatte begroeiing was die vlug tot op de huid doorweekt. Gelukkig drogen die wandelbroekstoffen tegenwoordig erg snel terug op.
In Seneffe verlieten we even het kanaal om tot bij het 18de-eeuwse kasteel te lopen. Het classicistische complex, compleet met zijvleugels, orangerie en terrastuinen moet indruk gemaakt hebben op de Duitse generaal von Falkenhausen, want als militair gouverneur nam hij er in de Tweede Wereldoorlog zijn intrek. Nu is het kasteel eigendom van de Franse Gemeenschap. Veel hebben wij er niet van te zien gekregen, want alles ging schuil achter allerlei tent en kraamachtige toestanden die met de Beauvélo du Rando te maken hadden en de oprijlaan naar het kasteel leek wel een zee van fietsers.

Voorbij Seneffe volgen we terug het kanaal om een paar kilometer verder uit te komen bij de Pont de l’Origine. Het oude kanaal heeft hier een aansluiting met het nieuwe dat een paar honderd meter verder langsloopt.
Ons traject blijft echter nog altijd het oude kanaal volgen. Ongeveer een kilometer verder verdwijnt het dan in een afgesloten tunnel (La Bête Refaite) die door de uitbundige vegetatie bijna onzichtbaar geworden is.
Deze scheepvaarttunnel is één van de vier die ooit in België gegraven werden en waarvan er vandaag nog 3 bestaan. Ze bevinden zich alle drie in Wallonië. De vierde was de Vlaamse ‘de Moen’ tunnel die de IJzer- en Scheldebekkens moest verbinden op het tracé waar nu het Bossuytkanaal Kortrijk – Ieper ligt. Ondanks jarenlange pogingen is dit laatste project echter nooit tot een goed einde gebracht. Alle sporen ervan zijn sindsdien al lang verdwenen.
Ook La Bête Refaite is inmiddels grotendeels verdwenen, maar ooit was dit een druk gebruikt ondergronds kanaal(tje) van bijna 1.300 m. lang. Het werd uitgegraven tussen 1827 en 1832. De tunnel was noodzakelijk om op deze plaats de waterscheidingslijn tussen het Maas- en Scheldebekken te kunnen overwinnen. De aanleg ervan werd een sisyfusarbeid. Vier jaar werd met allerlei technieken geëxperimenteerd om de moeilijkheden met de onstabiele grond meester te worden. Bij de beëindiging van de werken had men uiteindelijk een ondergronds kanaal van 3 m. breed, wat voldoende was om er de ’sabots’ met hun 2,65 m. breedte door te kunnen loodsen. Voor het jaagpad bleef echter maar 20 cm. over, en dat was te smal voor de paarden die normaal de schepen trokken. Samen met het feit dat de tunnel ook te donker was voor paarden, betekende dit dat de schepen (max. 70 ton) dan maar met mensenhanden door de tunnel moesten getrokken worden.
De tunnel wordt aangeduid met de naam ‘La Bête Refaite’. De naam heeft niets te maken met het steenkolenmonster, maar alles met een afspanning die zich indertijd boven op de heuvel bevond waaronder de tunnel gegraven werd. Het was een welbekende wissel- en rustplaats voor de paardenkoetsen die hier de heuvel over moesten. De paarden (en uiteraard ook de reizigers) konden hier letterlijk ‘herstellen’ van de gedane inspanningen.
La Bête Refaite heeft als scheepvaarttunnel maar een goede 50 jaar dienst gedaan. Het oude kanaal was inmiddels aangepast om schepen tot 300 ton door te laten, maar omdat de tunnel niet verbreed kon worden, werd 400 m. verder een nieuwe gegraven (de tunnel van Godarville). De oude tunnel bleef bestaan tot 1948. Op dat moment verdween La Bête Refaite grotendeels door de aanleg van het nieuwe kanaal waarvoor geen tunnel meer gegraven werd. Voor het nieuwe kanaal werd gewoon een enorme sleuf door de heuvel heen gegraven.
Het moet een interessant zicht geweest zijn om hier vroeger de ’sabots’ uit La Bête Refaite te zien komen. Nu is de oude uitgang allang overgroeid tot een bijna ondoorzichtige groene wildernis. Het nog bestaande stukje tunnel is afgesloten voor het publiek, maar blijft in gebruik als vleermuizenreservaat.
Ons pad klimt tot boven het ondergrondse kanaal. Een oude verluchtingspijp is het enige dat je doet vermoeden waar het watertracé zich bevond. We komen boven op een crête en plots zien we rechts onder ons het nieuwe kanaal zich uitstrekken in zijn indrukwekkende sleuf. Een paar plezierboten trekken een snel uitdijende streep in het water. De zon komt even tussen de wolken piepen om het geheel te doen glinsteren. Wat een contrast met de enge, kille en donkere tunnel die hier nog geen 150 jaar geleden in gebruik was. Maar lang kunnen we van dat contrast niet genieten want een volgende regenbui kondigt zich in de verte aan.
Uiteindelijk komen we bij de kanaalbrug in het gehucht Les Culots. Hier wijzen de GR tekens een totaal andere richting uit dan beschreven in onze topogids. Verloren lopen in de regen is nu niet bepaald het avontuur dat we ons voor vandaag voorgesteld hadden …, dus genoeg voor vandaag!
Godarville ligt iets verder en we besluiten nog tot daar te stappen.
| < Vorige | Volgende > |
|---|





