Intro
We hebben onszelf voor dit weekend op een paar dagjes Vlaamse Ardennen getrakteerd. Kwestie van eens wat afwisseling te brengen met de platte Nederlandse grensstreek en kuststreek die we tot nu toe bewandelden op de GR 5A.
Heen en terug
Na een blik op de transportmogelijkheden viel de keuze al vlug op Ronse. Trein van Antwerpen naar Gent, vandaar naar Ronse … en dan met een bus van de TEC naar Avelgem. In Ronse willen we wat bagage achterlaten in het station, maar die reizigersbehoefte kennen ze daar niet. Gelukkig wil de stationschef onze tas wel ergens achter een gesloten deur bewaren, als we maar voor 9 u. ’s avonds terugkeren, want dan sluiten de deuren van het station.
Op een dikke 2 uur stonden we aan het voormalige stationsgebouw van Avelgem. Toch fantastisch als je bedenkt dat je die ruim 80 km op evenveel tijd overbrugt als de 30 km vanuit Antwerpen naar Overslag (zie onze vorige etappe van de GR 5A).
In Ronse - eindpunt van deze etappe - hebben we gelogeerd zodat we ons de terugkeer nog dezelfde dag konden besparen.
De wandeling
Het is een lekker koude dag, maar droog en opgevrolijkt door een heerlijk zonnetje. Het is nog net voor de middag, en na de reis hebben we wel trek in een koffie. In de buurt van het station valt echter geen café te bekennen (wellicht verdwenen met de laatste treinen rond 1960). Dus dan maar even naar het centrum gestapt waar naast de kerktoren wel een paar gelegenheden open waren.
Avelgem is de geboorteplaats van Stijn Streuvels. Het traject dat we vandaag langs de GR 5A afleggen zal ons verschillende keren aan zijn werken herinneren. Misschien zat hij zelfs ooit op de plaats waar we nu onze koffie drinken.
De GR 5A loopt vanaf het oude stationnetje over een nu verdwenen spoorwegbedding richting Schelde. De wilgetakken zijn al volop aan het knoppen, en het is pas 2 februari ! Langs de Schelde die nu volledig rechtgetrokken is, vallen de resten van de oude kronkelende rivier op. Dit mooie stukje natuur vormt ondertussen ook nog eens de grens tussen West- en Oost-Vlaanderen.
Wat verder langs de Schelde komen we bij de brug waarrond Streuvels’ boek ‘De teleurgang van de Waterhoek’ draaide. We hoopten even Mira uit de gelijknamige film tegen het mooie lijf te lopen, maar dat bleek ijdele hoop want in de film werd deze brug helemaal niet gebruikt. Waarschijnlijk niet fotogeniek genoeg …
Vanaf de overkant van de brug lopen we geleidelijk richting Kluisberg. Daarbij lopen we de provinciegrens met Henegouwen over. Drie provincies op één wandeling ! Nog wat verder, op het grondgebied van Kluisbergen (Mont-de-l’Enclus) vervoegen de GR 122 en 123 onze GR 5A. Te oordelen aan het aantal GR’s dat de streek doorkruist moet het toch wel de moeite zijn om hier rond te wandelen. Veel stappers komen we echter niet tegen. Aan mountainbikers daarentegen ontbreekt het hier niet.
Ondertussen voerde het parcours gestaag omhoog, wat achter ons mooie vergezichten oplevert over de Schelde’vallei’.
Een halve kilometer verder staan we in het toeristisch centrum Kluisberg. Het bezoekerscentrum is gesloten, de meeste eetgelegenheden eveneens. De plaats heeft duidelijk betere tijden gekend … of is het gewoon winter en dus niet de moeite om open te doen? We wandelen verder, en vergissen ons daarbij even van GR. We lopen een stuk over de GR 123 die zich gedurende een paar km. van de GR 5A afsplitst. Daardoor missen we de top van de Kluisberg die met zijn 141 m. (!) het hoogtepunt van de streek is.
Niet geklaagd evenwel, want wat verder staan we terug op de GR 5A en bij de Vierschaar. De taverne hier is wel open. Het winterzonnetje nodigt uit om op het terras de inwendige mens te versterken met een stevige soep. Al vlug volgen nog enkele wandelaars ons voorbeeld, en overal hoor je dezelfde opmerking: ‘Amaai, begin februari, en we zitten buiten!’.
We zetten onze weg verder door het mooie Kluisbos. Op de natte aardeweg komen regelmatig auto’s voorbij waardoor het aardig modderploeteren is op sommige plaatsen. Gelukkig ligt er meestal een smal wandelpaadje naast. Iets verder splitst de GR 123 zich weer af van onze route. De GR 122 blijft ons echter nog altijd gezelschap houden.
Na het verlaten van het Kluisbos komen we aan op de top van de Knokteberg, nog zo’n naam die wielerfanaten doet likkebaarden. Wat verder op een asfaltweg passeren ons dan ook trossen wielertoeristen die in het spoor treden van hun grote ‘Ronde van Vlaanderen’ helden.
Lang houden ze ons niet gezelschap, want we draaien terug kleinere weggetjes in en komen weer op onverharde paden. Op één ervan moeten we serieus aan de kant voor een terreinwagen die als plaatselijk verkeer de weg opeist. Waarschijnlijk één van de zeldzame exemplaren die in België ooit iets anders dan asfalt en beton onder de wielen krijgen.
We dalen verder. Onderweg wijzen bordjes er op dat we ons op het terrein van de Fiertel bevinden, een jaarlijkse processie die op Drievuldigheidszondag uitgaat in de streek rond Ronse. Volgens de beschrijving in de topogids moet dit een ganse belevenis zijn ! De Fiertel komt ook aan bod in Stijn Streuvels’ ‘Leven en dood in de ast’.
Aankomst in het gehucht Klijpe, wat betekent dat we ons al op grondgebied Ronse bevinden. Maar voor we daar zijn moeten we toch nog even de omliggende heuvels opklauteren. We kronkelen naar boven langs residentiële tuinen waar zoals gewoonlijk niets laat vermoeden dat hier ook geleefd wordt. Bijna boven staat de mooie kapel van Onze-Lieve-Vrouw-van-Wittentak.
We krijgen nu nog een mooi zicht op Ronse dat zich onder ons bevindt, en beginnen dan aan de afdaling die ons tot de rand van de stad brengt (kilometerpunt 52 in de topogids).
Wij nemen hier afscheid van de GR 5A en lopen recht Ronse in. Nog geen kilometer verder staan we al aan de andere kant van het stadje bij het station. De NMBS heeft onze bagage prima en kosteloos bewaard, zodat we tevreden naar ons hotelletje kunnen afzakken.
| < Prev | Next > |
|---|













Ik heb vandaag een groot deel van de GR 5A gestapt in de richting van de Klijpe naar het Kluisbos. Met dit mooie weer was het heel druk. Zowel aan de Vierschaar als in het toeristische gedeelte van Kluisbergen, dus van vergane glorie is er zeker geen sprake maar gewoon laag seizoen zoals jullie al aangaven. Van het kasteel in Ryckevelde weet ik niet waarvoor het zoal gebruikt wordt.