Intro
Jammer dat we geen foto’s hebben van deze wandeling, want het is één van de mooiste onderdelen van de GR 5A. Niet toevallig siert een foto uit deze wandeling de cover van de GR 5A – Noord topogids.
De wandeling is 17,5 km lang. Voorzie ruim 4 uren, want de tocht is niet altijd makkelijk. Duingebieden vormen de hoofdbrok, en mul zand is niet de ideale ondergrond voor een luchtige wandeling. Hou er ook rekening mee dat je tijdens de wandeling (behalve aan begin- en eindpunt) geen cafés, tavernes of restaurants tegenkomt.
Heen en terug
Beginpunt is de vismijn van Nieuwpoort. Eindpunt is de weg Adinkerke – De Panne. Beide plaatsen liggen langs de spoorlijn van de kusttram zodat er zich geen probleem qua bereikbaarheid stelt.
De wandeling
De wandeling voert je voornamelijk door een gordel van duingebieden die zich uitstrekken van Nieuwpoort tot aan de Franse grens. Je zal versteld staan van de verscheidenheid die deze landschappen te bieden hebben. Je klassieke voorstelling van een zandduin met wat helmgras zal nooit meer dezelfde zijn. Bovendien vormen deze duinreservaten een oase van rust op nauwelijks enkele honderden meters van de drukke stranden en badplaatsen.
Die rust merk je evenwel niet in het begin van deze tocht. Je start aan de vismijn van Nieuwpoort en vindt onmiddellijk de witrode merktekens die je naar Nieuwpoort-Bad leiden. Daarbij volg je de havengeul die de Noordzee met de Nieuwpoortse jachthaven verbindt. Dit pad is vooral in de zomer en de weekends een drukke wandelboulevard waar alle toeristen zich verdringen om te genieten van het schouwspel dat de in- en uitvarende zeiljachten bieden. Vergeet daarbij niet het contrast op te merken tussen deze drukte en de overkant van de havengeul die er vredig bij ligt. Daar bevindt zich het natuurreservaat van de Ijzermonding.
Na ongeveer 3 km kom je aan de zeedijk van Nieuwpoort. De GR5A volgt deze dijk helemaal tot aan het einde bij de strandclub waar surfers en strandzeilers hun uitvalsbasis hebben. Wie de meestal drukke en verharde dijk wil vermijden kiest uiteraard voor het hardzand langs de waterlijn.
Bij de strandclub verlaat je de kustlijn voor de rest van de wandeling en loop je door een villawijk die boven op de Kartuizerduinen gebouwd is. Hier en daar zie je nog de resten van deze indrukwekkende zandmassa’s. Ze zijn typisch voor de voorstelling die we van duinen hebben.
Wat verder voert de tocht je het eerste beschermde duinenreservaat in: Ter Yde. Ook hier vind je grote loopduinen, maar tegelijkertijd al heel wat meer vegetatie. De wind verstuift het losse opgehoopte zand en zorgt zo voor een voortdurende verandering van dit landschap. De naam ‘loopduinen’ is mooi gevonden. Volgens de informatieborden zou je hier echter ook talrijke en unieke plantensoorten, waaronder enkele orchideeën, vinden.
Na Ter Yde loop je weer door bewoond gebied waarbij je langs de Plaatsduinen komt. Dit gebied is opeens heel wat vlakker. Hier zou zich vroeger één van de getijdengeulen bevonden hebben die deel uitmaakte van de toen veel bredere Ijzerdelta. Via deze geulen konden in de 9de en 10de eeuw de Noormannen diep in het achterland binnendringen. In de 13de eeuw zou aan deze geul zelfs een heus vissersdorp gelegen hebben. Met de verzanding verdween het dorp in de 16de eeuw. Archeologische opgravingen hebben het dorp echter gelokaliseerd. Daarbij werden grote hoeveelheden spelden gevonden, wat meteen de naam ‘Spelleplekke’ bezorgde aan deze plaats.
Via de villawijk kom je nu aan de drukke N330 baan in Oostduinkerke. Links staat de geblokte Sint-Niklaaskerk. De GR5A kruist de steenweg echter rechts van je, en brengt je naar het volgende duinengebied: de Doornpanne. Hier tref je veel meer gras- en struikbegroeiing aan. Vroeger lieten boeren hun vee hier grazen waardoor de begroeiing in toom gehouden werd. Toen dat stopte onder invloed van het oprukkende toerisme kregen de alomtegenwoordige doornstruiken de overhand. Een begrazingsproject met pony’s probeert dit nu om te keren.
Na de Doornpanne kom je via terug wat asfalt in het natuurgebied De Hoge Blekker. Bij de ingang krijg je al onmiddellijk een weids panorama voorgeschoteld. Vooral in de winter heb je door de kale bomen een prachtig vergezicht. Onder je ligt een duinpan (dal) waar aan waterwinning gedaan wordt.
Je wandelpad voert je nu naar de Hoge Blekker, met zijn 33 m. de hoogste duin in België. Blekker is plaatselijk dialect voor ‘blinker’. Toen er nog geen bebouwing was langs de kust zagen de vissers de kale duintop blinken in de zon. De Blekker was een loopduin. Een schilderij van Pieter Pourbus situeert deze zandhoop in de 16de eeuw anderhalve kilometer meer westwaarts. Einde 19de eeuw begon men met aanplantingen om de verplaatsing een halt toe te roepen. Die begroeiing verdween echter in de Eerste Wereldoorlog als brandhout, waardoor het duin tot op vandaag nog steeds kaal is.
Je wandelt rond de Hoge Blekker en bereikt al vlug de uitgang van dit duinencomplex. Je bent nu in Koksijde.
De GR5A zet zijn duinenexploratie verder en brengt je in de Noordduinen. Ook dit gebied werd vroeger begraasd en bood een weideachtige aanblik. Er waren zelfs akkertjes waar aardappelen en rogge verbouwd werden. Nu is het gebied ingenomen door struikgewas. De GR tekens zijn hier niet zo duidelijk uitgezet, maar mits wat zoekwerk moet je uiteindelijk aan de Zuid-Abdijmolen belanden. In de zomer is deze in 1773 gebouwde molen nog altijd in gebruik. Hij werd in 1953 uit Houtem (Veurne) naar hier verhuisd. De naam Abdijmolen verwijst naar een molen die eeuwen terug eveneens op deze plaats stond, en die beheerd werd door de Ter Duinen abdij. De archeologische site van deze ooit machtige abdij ligt aan de overkant van de weg, compleet met museum. De moeite om later eens te bezoeken.
Je vervolgt je weg door het gebied van de Noordduinen en passeert daarbij enkele gerestaureerde vissershuisjes. In nr. 24 woonde kunstschilder Paul Delvaux voor hij naar Veurne verhuisde. De streek werd (en wordt ) trouwens door nog meer kunstenaars bewoond, genoeg inspiratie om hier een ‘Artiestenpad’ aan te leggen. Het Delvauxmuseum bevindt zich in de buurt, maar als je het wil bezoeken zal je toch een extraatje van 1,2 km moeten slikken …
Verder dus naar nog meer duinengebied: de Houtsaegerduinen. Na alle duinreservaten die je tot nu toe doorkruiste denk je het wel gezien te hebben. Een vergissing, want de Houtsaegerduinen bieden weer een totaal ander zicht op hoe een duinengebied er kan uitzien.
Aan de N35 De Panne – Veurne vind je een cafeetje waar je je moed kan indrinken voor het laatste stukje van deze wandeling. Dat voert je nog door de Oosthoekduinen en een stukje van het Calmeynbos.
Na een stevige 17 km belandt je op de N34 De Panne – Adinkerke. Tijd om er een punt achter te zetten. Even naar rechts de N34 opstappen naar een tramhalte, en je kunt de terugtocht met de kusttram aanvatten.
Al bij al is dit een erg mooi én erg interessant stuk van de GR5A. Je maakt kennis met de rijke verscheidenheid die ‘de duinen’ te bieden hebben. En je raakt er meteen van overtuigd dat het ook langs onze volgebouwde kust nog mogelijk is rust en natuur te vinden. Laat ons hopen dat de bescherming van deze voor ons land unieke natuurgebieden een halt kan toeroepen aan de ongebreidelde bouwwoede langs ons stukje kustlijn.
| < Prev |
|---|












