Het kriebelt voortdurend … en als het kriebelt moet je gaan stappen (wat ook sporten is). Het weerbericht voorspelde het al een paar dagen: 29 maart zou de beste dag zijn. In deze natste maart sinds het begin van de waarnemingen betekent dat minder kans op regen en zelfs wat opklaringen. Een kans die we moeten grijpen.
Ondertussen zochten we uit waar we terug een stukje GR5A konden gaan ontdekken. Het werd Wenduine – Oostende, een traject van 20 km. Op Caroline’s blog konden we de wandeling bovendien al virtueel ontdekken dankzij haar korte fotostukjes. Een mooie mix van bos, strand, havengebied en stad.
Heen en terug
Wenduine is het makkelijkst te bereiken vanuit Blankenberge. We namen de kusttram richting De Panne tot de halte Wenduine – Molen. Vandaar te voet nog eventjes de kustweg volgen richting Oostende. Je komt aan een zijweg naar links waar restaurant ‘De Lekkerbek’ aangegeven staat. Het is wel nog een kleine kilometer stappen voor je daar bent.
Bij het eindpunt van deze wandeletappe aan de Koninklijke Galerij in Oostende kun je de kusttram nemen richting Knokke. Het station van Oostende bereik je al na 10 minuutjes als het verkeer meezit.
De wandeling
De Lekkerbek is de startplaats van onze wandeletappe. De GR tekens leiden ons meteen het Duinbos in.
De Duinbossen zijn een uniek stukje biotoop langs onze Belgische kust tussen Wenduine en Bredene. Ze bestaan hoofdzakelijk uit naaldbomen en werden aangeplant vanaf 1922 als bescherming voor de landbouwgronden achter de duinengordel.
Ons pad kronkelt zich door het bos tot aan De Haan. Het is een merkwaardig contrast om hier op nauwelijks een paar honderd meter van het strand door bossen te lopen. Je kunt je net zo goed ergens in het binnenland wanen.
Bijna 4 kilometer verder staan we plots aan de rand van De Haan. Dit moet zowat de enige Belgische kustgemeente zijn waar je geen hoogbouw aantreft. Het pad leidt ons langs de kustlaan tot bij het centrum waar het beschermde tramgebouw symbool staat voor het elegante retrokarakter van deze kustgemeente.
Aan de andere kant van De Haan lopen we terug het Duinbos in. Deze bosstrook is veel smaller dan de vorige. Door de nog kale bomen blijven we rechts het uitzicht behouden op de duinen en links op de bebouwing.
Ter hoogte van het gehucht Vosseslag loopt het GR pad via een voetgangersbrug naar het strand. Vanop de brug krijg je een zicht op het golfterrein dat zich tussen De Haan en Bredene uitstrekt. Het felle groen van de golfbanen is niet meteen een zicht dat je midden de duinen zou verwachten …
Van op de brug is het ook de eerste keer dat GR 5A Noord stappers die vanuit Antwerpen vertrekken, een zicht krijgen op de zee.
Naast de brug staat sinds kort het standbeeld van Mong De Vos, een befaamde strandjutter.
Lang voor de golfers de duinen voor zichzelf opeisten voorzagen de strandjutters hier in hun levensonderhoud met wat de zee op het strand deed aanspoelen. Mong was berucht omdat hij er niet voor terugdeinsde ook de buit van andere strandjutters binnen te halen, desnoods met geweld. Op die manier maakte hij zichzelf onmogelijk en werd hij gedwongen zich in het afgelegen gehucht Vosseslag te vestigen. Maar ook hier gingen de zaken van kwaad naar erger. Uiteindelijk werd Mong door het strandjuttersvolkje opgepakt en zonder verdere plichtplegingen op het strand op een brandstapel omgebracht. De jutters waren wars van elk gezag en de plaatselijke veldwachter wist wel beter dan te proberen zich te bemoeien met hun eigen regels.
Deze legende wordt jaarlijks herdacht in de Vosseslagfeesten.
Vanaf Vosseslag gaat het langs de waterlijn naar de havengeul van Oostende. De bewegwijzering is niet evident. Zo missen we bijvoorbeeld de tekens die ons voor de eerste golfbreker terug de duinen moeten invoeren. Daardoor lopen we zonder het te beseffen over het naaktstrand. Gelukkig (of jammer genoeg?) valt bij deze voorjaarstemperaturen niets te merken van de rode borsten en achterwerken die normaal dit strand kleur geven.
Iets verder lopen we dan toch de duinen in en vinden de witrode tekens terug. Ter hoogte van Bredene voert het pad terug naar het strand en komen we aan bij de Beach Club. Enkele moedige surfers trotseren nu al de golven om hun hobby te beoefenen. Wij stellen ons tevreden met een drankje en een stuk taart op het terras van het mooie chalet op de rand van de duinen.
Vanaf hier gaat het rechtdoor langs het pad op de rand van de duinen. Het pad is verhard, maar door het stuifzand maakt het meestal weinig verschil uit of je in de duinen of op het pad loopt.
Vanuit de verte zien we voor Oostende de in aanbouw zijnde windmolen kolossen. We bedenken dat dit veelbesproken project te pas en te onpas geciteerd wordt als bewijs van België’s inspanningen op het vlak van ’schone’ energie. Maar ondertussen bengelt ons landje onderaan het Europese peleton inzake klimaatinspanningen en heeft dit project al ruim vertraging opgelopen.
Ter hoogte van het Fort Napoleon stappen we via trapjes terug het duin op en belanden midden de havenwerken die de boel hier grondig op zijn kop gezet hebben. Iets verder heeft de windmolenwerf het GR-pad onderbroken dat ons normaal langs de kade van de havengeul moest voeren.
Afgaand op het kaartje in de topogids lopen we dan maar links in plaats van rechts naast het Visserijdok. De vissersboten en hun netten liggen er rustig bij en verspreiden hun typische geur. Jammer dat er nergens enige activiteit te bespeuren valt.
We komen uit bij de bruggen die ons naar de andere kant van de haven en het spoorwegcomplex Oostende moeten binnenleiden. De vernieuwingswerken hier zijn grotendeels beëindigd, maar toch is het zoeken waar je als voetganger veilig dit wegen- en bruggencomplex moet doorkomen. Het valt ook op dat je als voetganger heel wat meer weg moet afleggen via allerlei rotondes en omweggetjes. Koning auto heeft hier absolute voorrang.
Uiteindelijk raken we ongedeerd bij de ingang van het Maria-Hendrikapark. De GR tekens leiden ons langs en over de verschillende vijvers in het park, en voor we het weten staan we in het centrum van Oostende, meer bepaald in de wijk Petit-Paris. Oostende heeft zijn benaming ‘Koningin der badsteden’ voornamelijk te danken aan Leopold II die er met zijn Congo-geld tal van megolomane projecten realiseerde. Dat merk je alleszins als je de Koninklijke Stallingen passeert. Het complex waarin nu het Stedelijk Sportcentrum huist werd indertijd volledig opgetrokken in Viking-stijl en moest (wegens de nabijheid van de paardenrenbaan) onderdak bieden aan de koninklijke renstal. In deze wijk zie je nog talrijke gevels die dateren uit de eerste helft van de 20ste eeuw. Charmant, en zeker de moeite waard om er binnen te stappen is ‘Le Chatelet’, een gezellig buurtcafé dat in een dergelijk ‘klein kasteeltje’ nog steeds stand houdt.
Aan het einde van de Koninginnelaan prijken de Koninklijke Galerijen, het einde van deze GR 5A etappe.
| < Prev | Next > |
|---|













Dat was ook een optie om volledig de GR tussen Wenduine en Oostende te volgen maar waarschijnlijk stap ik de GR 5A volledig na al mijn dagstapperwandelingen en doe ik dit stuk dan nog wel eens.
Naar aanleiding van de reacties toen op de in aanbouw zijnde windmolens … Nic Balthazar hield vandaag, ter gelegenheid van de voorstelling van het filmpje ‘Act Now’, een toespraak voor het parlement. Hij legt fijntjes nog maar eens de vinger op de wonde. Ik citeer uit de bekorte versie van zijn toespraak: ‘Hoe komt het dat plotseling miljarden uit de lucht komen vallen voor deze financiële crisis, en dat we er in tien jaar niet in geslaagd waren één offshore windmolen te laten draaien, terwijl een land als Denemarken ondertussen een vierde van zijn energie hieruit betrekt. Oh ja! Omdat windmolens een lelijk zicht waren voor onze prachtige Belgische kust. Het zou allemaal verdomd grappig zijn, als ik niet zo zou moeten huilen. Om het gebrek aan toekomst voor mijn kinderen. Om steenkoolcentrales die men wil openen in de haven van Antwerpen. Om de ring van Brussel die zestien baanvakken moet krijgen, om het verkeersinfarct nog te vergroten. Zo kan ik helaas nog wel een uur of twee doorgaan in het Belgische boek der windmakers, waarmee wij onderhand door het gezaghebbende Zwitsers Federaal Instituut voor Technologie in Zurich als hardleerse Kyoto-klungelaars achteraan in de klas ondergebracht werden bij China, Australië of het Amerika van George Bush.’
Op 17 april wordt de eerste funderingspaal het water in gesleept naar het windmolenpark. Mooie wandeling (in mijn achtertuin).
goed om weten dat het dan toch een beetje vooruit gaat :-)
Zo heb ik toch weer een beetje nationale geschiedenis geleerd, waarvoor dank.
Toen wij dit traject deden door Oostende was er op de werf van de windmolens nog niets anders te zien dan zand en bulldozers. Wat later op het jaar zag ik op foto’s van Guy dat ze al een heel stuk gebouwd waren, en hier zie ik ze al weer de helft hoger rijzen. Dat ze in België heel wat achterop zijn wat groene energie betreft, is typisch hé. Het moet ook altijd buiten een ander en duurder dan elders. In andere landen zetten ze die dingen gewoon langs de kust, bij ons moet het een heel eind in zee zijn, zodat het heel wat duurder uitkomt natuurlijk…
Wat je ziet in Oostende zijn een vijftal windmolens in aanbouw. Het windmolenpark in zee moet er meer dan honderd tellen, en daar is men zelfs nog niet mee begonnen. Als je dan weet dat er minstens 1.200 windmolens moeten komen om België toe te laten zijn streefcijfer te halen … En toch blijft de overheid beweren dat ze het ernstig meent met al deze plannen.
Ik had juist dezelfde vraag toen ik deze beestjes zag tijdens mijn wandeling in Adinkerke. Uit een paar reacties bleek dat het een drieteenstrandloper is. Meer informatie vind je hier: http://natuurbeleving.scene24.net/vogels/Drieteenstrandloper_Calidris-alba.php
Wow !!! Bedankt voor je reactie. Ongelooflijk dat die vogeltjes helemaal naar Siberië, Groenland en Canada vliegen om te broeden.