Intro:
Een wandeling die de moeite waard is. Vertrek in het gehucht Sint-Maartenskerk bij Tielt-Winge om van daaruit het Walenbos in te trekken. Vervolgens gaat het langs de heuvelflank bij Houwaart naar het Rode Ridder kasteel van Horst om dan langs de Bensberg en de Gempmolen uit te komen in het gehucht Brakem bij Lubbeek.
Er valt heel wat af te wandelen in de streek Leuven - Aarschot - Diest. Daarom trokken we nog maar eens in die richting. De keuze viel op de GR 512, want het is ondertussen al ruim 2 maand geleden dat we op die route de startetappe van Diest naar Sint-Martenskerk afstapten.
Toen kon die eerste etappe ons niet echt bekoren, maar zoals verwacht was dit tweede gedeelte al heel wat interessanter en aangenamer.
Heen en terug:
Vanuit Antwerpen namen we de trein richting Luik tot in Aarschot. De rit duurt amper een halfuur, probeer dat maar eens met de auto!
In Aarschot moet je wel nog de bus nemen richting Tienen. Die brengt je via Rillaar en Tielt-Winge naar het gehucht Sint-Martinuskerk (halte Keulestraat).
Op het eindpunt (kilometerpunt 10, Brakem) is er wel een bushalte, maar er is geen weekendbediening. Je moet dus in het centrum van het nabijgelegen Lubbeek raken om vandaar een bus naar Leuven te nemen. Daarmee stap je toch nog dik een kilometer verder, maar dan buiten de GR route.
We namen voor de trein een weekendticket met heenreis naar Aarschot, terugreis vanuit Leuven.
De wandeling:
Zoals dikwijls het geval is als je op kaarten en officiële benamingen afgaat, blijkt het beginpunt van deze wandeling in de streek zelf een nobele onbekende te zijn. In de topogids wordt de plaats Sint-Martenskerk genoemd. Op het kaartje in de topogids staat St.-Maarten vermeld. Tielt-Winge zelf houdt het bij Sint-Martinuskerk en het instituut kerk spreekt over de Sint-Martinusparochie. Als deelgemeente van Tielt-Winge staat het gehucht ook niet bekend, en de buschauffeur hoorde het al helemaal donderen in Keulen als we hem vroegen naar een halte dichtbij de Sint-Martenskerk. Halte Keulestraat op de baan tussen Tielt-Winge en Meensel kent hij dan weer wel.
In het cafeetje naast de kerk vernamen we dat we ons nog altijd in de kerngemeente Tielt-Winge zelf bevonden. Het dorp bestaat eigenlijk uit twee delen. Het grootste en hoogst gelegen deel ligt in vogelvlucht een paar kilometer verder met als herkenningsbaken de O.-L.-Vrouwekerk. De Sint-Martinuskerk is het centrum van het lager gelegen gedeelte. Je kunt dat mooi zien als je tijdens de laatste kilometer van de vorige wandeletappe door de velden vanaf de Blereberg naar Tielt-Winge loopt. Beide kerken worden dan zichtbaar, de ene dichterbij en lager gelegen, de andere verder af en hoger gelegen.
Hoe de dorpssituatie ook in mekaar steekt, Sint-Maarten is een mooi rustig plaatsje. De kerk is nog recent gerestaureerd. Het oudste deel is de toren (13de eeuw) die opgetrokken is in de typische roestbruine ijzerzandsteen die in de streek gevonden wordt. In de dorpsstraat herkennen we van vorige keer de gevel met de druivenranken. Toen waren de trossen nog groen, nu zijn het bijna rijpe blauwe druiven.
Klik op de foto voor meer foto's op Picasa
Vanaf de kerk nemen we een dalende weg richting het Walenbos. Van de 400 ha. die dit bosgebied groot is worden er nu 210 als natuurreservaat beheerd. Het Walenbos is zowat het grootst overgebleven elzenbroekbos in Vlaanderen. De hoge grondwaterspiegel maakt het er meestal erg drassig. Verschillende paden zijn dan ook verstevigd met oude stukken hout. Niet erg makkelijk om op te lopen, maar je slaagt er tenminste in je voeten droog te houden.
Ergens in de omgeving van het bos hebben we de roodwitte routemarkeringen uit het oog verloren. Gelukkig staan er nogal wat informatieborden, zodat we er toch in slaagden dwars door het bos Houwaart te bereiken. Houwaart is één van de deelgemeenten van Tielt-Winge.
Van Houwaart gaat het dan een eind noordwaarts richting Nieuwrode, waarna de drukke steenweg Aarschot - Tienen overgestoken wordt. Het drukke autoverkeer heeft alles te maken met het Gouden Kruispunt dat zich een paar kilometer verder bevindt: een hoogdravende naam voor een verzameling baanwinkels die in het weekend gepromoveerd wordt tot een paradijs voor de op shoppinguitstapjes beluste Vlaming.
Voor ons gaat het gelukkig naar de overkant van de steenweg om daar terecht te komen op rustige wandelpaden langs het kasteeldomein van Horst.

Het nog erg intacte Kasteel van Horst is een waterburcht waarvan de geschiedenis teruggaat tot de 13de eeuw. Na de 17de eeuw is het kasteel niet meer echt bewoond geweest, waardoor het ook niet de verbouwingswerken onderging die in latere eeuwen de meeste kastelen gewijzigd hebben. Je krijgt hier dan ook een goed idee van hoe zo'n waterburcht er 300 jaar geleden nog werkelijk uitzag.
Dankzij de populaire Rode Ridder albums zit het Kasteel van Horst nu in het collectieve Vlaams geheugen geprent. Nochtans was het niet één of andere koene ridder die het uitzicht bepaalde, maar een vrouw ... Maria-Anna van den Tympel (1606 - 1658) was een rijke adellijke weduwe die tijdens haar (kort) huwelijk kinderloos gebleven was. Alles wees er op dat de oorzaak daarvan bij haar gebrekkige vruchtbaarheid kon gezocht worden. Uiteraard verhinderde dat niet dat ze een erg gegeerde partij bleef, maar het betekende wel dat bij een nieuw huwelijk zonder erfgenamen al haar bezittingen zouden overgaan op de familie van de echtgenoot. Waarschijnlijk daarom koos ze ervoor ongehuwd te blijven. Ze bleek een erg zelfstandige vrouw te zijn die bovendien van aanpakken wist. Ze deed heel wat verbouwingswerken uitvoeren en gaf opdracht voor het aanbrengen van het indrukwekkende stucwerk op het plafond van de ridderzaal (voorstellingen uit Ovidius' Metamorfosen). Ook het wagenhuis dat nu een taverne is liet ze bouwen om er haar koetsen in te kunnen stallen. Die had ze nodig om tussen haar huis in Leuven en het kasteel te pendelen.

Na dit welgekomen intermezzo konden we het tweede gedeelte van de wandeling aanvatten. Dit stuk trekt nu overwegend door open landbouwgebied. Toch wordt de licht heuvelende streek nooit saai. Steeds wisselende uitzichten, beektrajecten, een watermolen (Gempmolen), een vijver, ... Hier en daar passeerden we koolzaadvelden. Ze beginnen nu pas in bloei te komen zodat de volle gele pracht nog niet echt tot uiting kwam. Nog een paar dagen wachten. Maar ook zonder die velden is er alleszins genoeg om bij stil te staan en om te kunnen genieten van een mooie septemberdag.
We eindigden de wandeling na het stuk over de Grotendries, een kleine kilometer voor kilometerpunt 10 in de topogids. We wisten immers dat daar (gehucht Brakem, ook Brakum geschreven) in het weekend geen bus passeert. We volgden daarom gewoon de dalende betonweg om zowat anderhalve kilometer verder het centrum van Lubbeek te bereiken. We hadden geluk, 2 minuten later stopte een bus en een halfuurtje later stonden we al aan het station van Leuven.
| < Prev | Next > |
|---|














Ah, lang geleden. Levendig verslag terug.
Het kapelletje nabij Sint-Pietrs-Rode noemt de St-Jozefskapel. Het staat trouwens op de cover van de laatste cd van het meisjeskoor "Scala"
Inderdaad een erg fotogeniek kapelletje. Eenzaam midden een bolvormig kaal bruin veld, met die ene boom ernaast. Toen we er passeerden liep er juist een man met fiets aan de hand naartoe. Ook hij stak eenzaam tegen de horizon af. Jammer genoeg zat de zon tegen, en bevonden we ons te ver van het kapelletje om er een mooie foto van te kunnen nemen.