Lumaj wandelt

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Allerlei Leut, een speciaal plekje voor ons

Leut, een speciaal plekje voor ons

E-mailadres Afdrukken

Leut ? Een gekke naam voor een dorp.
In West- en Oost-Vlaanderen staat het woord voor ‘plezier’. Ook in Nederlands Limburg is dat zo, maar vreemd genoeg kennen ze in Leut zelf het woord niet in die betekenis.
Hier staat Leut voor een heus dorp, een deelgemeente van het Limburgse Maasmechelen. De inwoners worden Leutenaars genoemd, alhoewel je ook hier en daar wel een leuteraar zult vinden.
Leut is een dorp waar het leven stilletjes voorbijkabbelt langs de oever van de Maas. Bij lage waterstand (soms na lange droge zomerperiodes) kun je bijna te voet de stroom overwaden, en dan sta je meteen bij onze noorderburen. Maastricht ligt vlakbij. Maar de Maas kan ook aanzwellen tot een machtige stroom en zelfs buiten zijn oevers treden. En dan is het leven hier niet meer zo rustig …

Waarom dit verhaal over Leut? We zijn GR wandelaars, en voor zover we weten passeren er geen GR routes door Leut. Maar dat belet niet dat we ook buiten GR paden onder de indruk kunnen komen van mooie plekjes en streken.

Leut is voor ons één van die plekjes. Voor Maj is Leut zelfs een heel bijzondere plek. Voor haar zijn leven en dood hier nauw met elkaar verbonden. En waar die belangrijke begin- en eindpunten mekaar raken ga je onvermijdelijk ook interesse tonen voor alles wat er tussen ligt en ermee samen hangt.
Maj zag ooit het levenslicht in Leut. Haar vader verliet er kort geleden het leven, en haar moeder woont er nog altijd. Erg uitzonderlijk klinkt dit niet, er zijn zoveel mensen die hun ganse leven op eenzelfde plek doorbrengen. Maar het verhaal wordt wel wat unieker als je weet dat noch Maj, noch haar ouders hun levens op deze plek doorbrachten. Ze kennen Leut alleen maar als begin- en eindpunten van hun levens. En dan bedoelen we nog niet eens het ganse dorp Leut, maar slechts één plaats in dat dorp: het oude kasteel.

We hebben het over het Vilain XIIII domein, want hier werd Maj geboren, hier stierf haar vader, en hier woont haar moeder nu. Nee, noch Maj, noch haar ouders hebben adellijke titels – de laatste gravin verliet het kasteel in 1889. Maar toevallig was hier in de jaren 1950 een materniteit gevestigd, en toevallig is die materniteit vanaf de jaren 1980 omgevormd tot een bejaardentehuis. En toevallig komen de levens van die ene familie altijd weer terug bij die ene plek. Begrijpelijk dat we een meer dan gewone interesse hebben voor deze plaats.

Het kasteel zelf staat er verkommerd bij, en ook het rusthuis loopt op zijn laatste benen. Het is niet meer aangepast aan de moderne noden van de bejaardenzorg en moet in 2010 verhuizen naar andere oorden ergens in de streek.
De bewoners zal het een zorg wezen. Ze weten dat dit de laatste etappe is in hun levens. Of het nu hier, of in een ziekenhuis, of in een ander tehuis is, ze wachten hun einde af en maken er het beste van, al dan niet bewust berustend in het lot dat iedere sterveling te wachten staat. Eén voor één hebben ze lange levens achter de rug. Ze hebben mee ons landje gemaakt, ze hebben het een stukje bevolkt, ze hebben er hun stempel op gedrukt. Uitdovende levens die waardig behandeld en liefdevol begeleid mogen worden, want daar hebben ze recht op.

Misschien dat de meesten op hun leeftijd nog weinig waarde hechten aan de omgeving waarin ze wonen. Maar als dat wel het geval was, en ze zouden er ook nog echt kunnen van genieten, dan zouden ze er zeker nooit meer weg willen. Rond kasteel en rusthuis ligt namelijk één van de mooiste kasteelparken die je kunt dromen. Aangelegd in de Engelse stijl bevat het een veelheid van verrassende en telkens andere zichten en indrukken. Sommige boomsoorten in het park – zoals sequoia, ceder, eik – zijn vertegenwoordigd met bepaald indrukwekkende exemplaren. Maar je vindt er ook intieme plekjes zoals een haagbeuktunnel, plechtige momenten zoals de statige dreef naar het kasteel, en romantische schilderingen gevormd door eenzame boompartijen midden open velden.

In en rond het park zijn verschillende wandelingen aangeduid. Of je kiest voor kort of lang, het zijn altijd weer pareltjes die je laten genieten. Eigenlijk kun je hier alleen maar rondkuieren en geregeld blijven stilstaan bij de zoveelste verrassende aanblik. Een ommetje langs de dorpskern en de molen, en ook de Maaskant met zijn ingedijkte oeverpercelen mogen niet ontbreken. Ze kunnen de indruk van tijdloosheid en rust die hier heerst alleen maar vergroten.
Honger en dorst hoef je in Leut niet te lijden. In de vroegere paardenstallingen van het kasteel is nu taverne Kasteelhof ingericht. Op warmere dagen is het zoeken naar een plaatsje op het terras op het binnenplein voor het kasteel. Nochtans is Kasteelhof niet bepaald ons favoriete pleisterplekje wegens te duur en nogal smakeloos ingericht, maar de ligging is wel uniek. In de dorpskern zijn echter ook enkele drank- en eetgelegenheden te vinden en die hoeven qua sfeer helemaal niet onder te doen.

Een kasteel en een grensstreek. Dat betekent dat ook de geschiedenisliefhebbers hier interessante verhalen kunnen rapen.

Leut vormde al in het feodale tijdperk samen met Eisden en Meeswijk een rijksheerlijkheid. Waar het kasteel staat zou al rond 900 een waterburcht gestaan hebben. De 2 dikke donjontorens die nu nog deel uitmaken van het kasteel moeten nog overblijfselen uit die tijd zijn, maar dat zullen wel altijd gissingen blijven. Wel zeker is dat in 1300 een zekere Jacob van Tongeren hier Heer was van ‘t Huys van Leut. De Heren van Leut noemden zichzelf ‘Rijksheren’ en waren als dusdanig rechtstreekse vazallen van de Duitse keizer.

Van 1475 tot 1752 regeerde het Nederlandse adellijk geslacht van Vlodrop over de streek. Die Nederlandse roots zullen er wel mee te maken hebben dat Willem van Vlodrop zich rond 1580 in de Opstand tegen Spanje aansloot bij de reformatie en het kamp van Willem de Zwijger koos. De dorpen gingen een rumoerige tijd tegemoet en het kasteel wisselde verschillende keren tussen Hollandse en Spaanse bezetters. In 1662 was er zelfs sprake van een heuse belegering met geweren en kanonnen. Midden al dat geruzie en geweld wisten de van Vlodrops zichzelf echter in het zadel te houden, en zo werd de rijksheerlijkheid een satellietstaatje van Holland. De officiële godsdienst werd het protestantisme, maar de godsdienstvrijheid bleef behouden en de meerderheid van de bevolking bleef dan ook katholiek. Wel moesten de mannen dienst nemen in het Hollandse leger, en de van Vlodrops zelf maakten carrière in de Hollandse diplomatie en het Staatse leger.
In de 18de eeuw kwam stilaan een einde aan dit eigenaardig statuut als Hollands satellietstaatje. Godsdienstgeschillen speelden ook geen rol meer toen het kasteel in 1752 verkocht werd aan de katholieke Maastrichtenaar Willem van Meeuwen. Het verkoopcontract stipuleerde wel dat de godsdienstvrijheid gewaarborgd diende te blijven.

In 1795 ging de rijksheerlijkheid, samen met de rest van de Zuidelijke Nederlanden, op in het Franse rijk. Meteen raakten de heren van ‘t kasteel hun statuut van Rijksheer kwijt en werden ze burgemeesters. In die tijd ziet men ook geleidelijk aan de protestantse families de streek verlaten. Door het wegvallen van de Nederlandse overheersing verloren ze hun jarenlange voorkeursbehandeling, en ze kozen dan ook eieren voor hun geld.

Via allerlei huwelijks- en erfenistoestanden zien we dan in 1822 uiteindelijk Charles Ghislain Vilain XIIII op het kasteel verschijnen. De man trouwde namelijk de dochter van de toenmalige eigenaar.
Charles behoorde tot één van de oudste Belgische adellijke geslachten. Dezelfde familie Vilain XIIII kun je onder andere terugvinden in het sprookjesachtige kasteel van Wissekerke in het Oostvaamse Bazel. De eigenaardige schrijfwijze XIIII gaat trouwens terug tot de tijd toen het romeinse cijfer IV nog als IIII geschreven werd, en dat is al vele eeuwen geleden.

Charles Ghislain XIIII was geen onverdienstelijk edelman. Hij was kamerlid, ambassadeur bij het Vaticaan, gouver­neur van Oost‑Vlaanderen en in 1855‑1857 minister van Buitenlandse Zaken in het laatste unionistische kabinet.  Daarnaast bleef hij ook al die tijd burgemeester van Leut.
Een man dus die de Belgische onafhankelijkheid van nabij meegemaakt heeft. De man zou er ook nogal vooruitstrevende ideeën op nagehouden hebben, want voor zijn part mocht de adel gewoon afgeschaft worden wegens niet meer ‘van deze tijd zijnde’. Als zo iemand dat al in 1830 vond … Veel indruk zal dat idee evenwel niet gemaakt hebben want ook vandaag lopen nog adellijke Vilains rond.
Naast een bevlogen staatsman was Charles ook nog eens een bevlogen natuurliefhebber. In 1830 veranderde hij de Franse tuin rond het kasteel in een Engels park, en het is daardoor dat we hier tot op vandaag nog altijd zijn indrukwekkende verzameling bomen kunnen bewonderen.
Burggraaf Vilain XIIII stierf in 1878. In zijn lange biografie kom je ook nog te weten dat hij tijd gevonden had om zeven dochters te verwekken. Eén van die dochters – gravin Louise – bleef het kasteel bewonen tot in 1892. Met haar vertrek werd de eeuwenlange traditie van de Leutse heersers definitief afgesloten.

De streek zag ondertussen een nieuw soort machthebbers hun intrede doen: de ‘mijn’heren.
In 1920 kocht de mijnmaatschappij Limburg – Maas alle bezittingen die de familie Vilain XIIII in de streek nog had. Het al jaren onbewoonde kasteel werd omgevormd tot een ziekenhuis voor gewonde mijnwerkers. In de jaren 1950 werd een nieuwe materniteitsvleugel bij het kasteel gebouwd en dat maakte Vilain XIIII tot een voor de streek erg belangrijk ziekenhuis. Niet alleen voor de streek, maar ook voor mij want Maj werd er in die tijd geboren.
In de jaren ‘80 kwam ook aan die bestemming een einde, en werd de bijgebouwde vleugel omgevormd tot een bejaardentehuis. Op die manier kwamen Maj’s ouders er terecht. Maar ook aan die rol komt in 2010 een einde.

Voor Maj zal de lange band met Leut daarmee verbroken worden. Maar het leven gaat door, de Maas stroomt verder, en Vilain XIIII zal voor altijd dat speciale plekje in ons hart blijven.

 
Reacties (4)
4 donderdag, 02 juli 2009 14:22
Willempje
De naam van het dorp Leut werd vroeger geschreven als LEUTH, en komt ook voor in Nederland.

Wat Vilain XIIII betreft:
Er wordt verteld dat de schrijfwijze IV niet aanvaard werd door Louis XIV en dat derhalve de IIII zou ontstaan zijn.
Een ander verhaal is dat de Vilain XIIII in feite een bastaard zou geweest zijn en daarom de naam zo zou moeten schrijven. Misschien dat daarom de laatste graaf de adelstand afgeschaft zou willen zien.

Uw verhaal is bijzonder goed. Het komt veel overeen met de versie die ik zelf heb kunnen raadplegen. Het is mijn geboortedorp.
3 dinsdag, 03 februari 2009 20:55
Mooi verslag. Leut is een van de Maaslandse plaatsen waarvan het centrum aan de juiste kant van de N78 (”Rijksweg”) ligt (tussen Maas en Rijksweg is dat) en daardoor niet al te zeer verpest is. Gelijkaardige plaatsen in de streek zijn Kessenich (waar ook een heel wandelnetwerk uitgestippeld is dat ook de grens over gaat) en Oud-Rekem (weet niet of het daar de moeite is om buiten het centrum te wandelen). Beide plaatsen hadden in het ancien regime trouwens net als Leut een apart “statuut”.
Maar dat wist je misschien al allemaal…
2 dinsdag, 27 januari 2009 20:53
Rond de vijvers van Elsene is er een Vilain XIIII-straat. Je vindt er heel wat art-nouveau-architectuur. Nu weet ik dus ook waar de naam vandaan komt. Mooi verhaal. En die tuin ziet er inderdaad heel Engels uit.
1 zaterdag, 24 januari 2009 11:21
In het West-Vlaams wordt “plezier” vertaald als “leute”.
Leut is niet hetzelfde als leute.
Als West Vlaming wou ik U inlichten over de juistheid van de woordspeling.

Voeg uw reactie toe

Uw naam:
Uw e-mailadres:
Uw website:
Reactie:


Lumajeetje

'Un jour de sentier = huit jours de santé'

Slogan op de Waalse GR website